Opvallend intrigerend zijn de recente pogingen van kunstenaars
om zo dicht op de huid van de situatie te zitten dat er een spanningsveld
wordt gecreeerd tussen schoonheid en kritiek, tussen poezie en werkelijkheid.
Als het ware het enig mogelijke antwoord op onvermijdelijke keuzes
en onacceptabele ruimtelijke planning. De 'Speeltuin NAP' (2001)
van Frank Halmans in de nieuwbouwwijk Zuidwijk-Huygenhoek in Heerhugowaard
is zo'n werk. Waar ooit water was is nu weg. Het vlakke land werd
ingeruild voor uitgestrekte laagbouw. Het vaste ijkpunt in de wijk
is de Albert Heijn, inclusief ondergrondse parkeergelegenheid. Het
concurrentiebeding dat door grote supermarkten aan de omgeving wordt
opgelegd, garandeert een monopoliepositie. De wijk oogt als een
desorienterend netwerk van langzaam te berijden wegen met veelvormige
objecten die het verkeer hinderen. Wandel- en fietspaden bieden
toegang tot het hart van de buurten, langs achtertuinen, voetbalveldjes
en vooral heel veel speeltuinen. De speeltuinen zijn kunststoffen,
kindveilige 'gelegenheden' met gekleurde handvatten, netwerken als
spinnenwebben en rubberen stoeptegels. Wat als een belachelijk idee
had geklonken - om hier bij wijze van kunstwerk nog een speeltuin
aan toe te voegen - functioneert als een geniaal referentiekader.
Op eenzame hoogte van de zee, nog hoger dan de ramen van de kinderkamers
staat de speeltuin der speeltuinen. Inclusief gebogen toegangshek
met het woord "speeltuin" erboven en aan weerszijde vlaggetjes.
Van de glijbaan, wip, klimrek - zoals ze altijd waren maar om veiligheidsredenen
nu niet meer mogen - en zo'n houten draaiwiel dat moet worden aangetrapt,
krijg je zin om te spelen. Maar het onbereikbare klimtouw zwaait
dreigend hoog in de lucht, even vervreemdend als intiem, zoals alles
hier eigenlijk is. De barbecues wachten op een warme zomeravond,
gebruikers zijn ver te zoeken.
|